Chronische slapeloosheid laat misschien wel beter dan welke andere ervaring ook zien hoe krachtig ons onderbewustzijn is. Ons rationele brein begrijpt goed dat we ons niet zo druk zouden hoeven maken over het wakker liggen. Maar het onderbewuste, gevoed door ons interne overlevings- en verdedigings-mechanisme reageert snel en intens op slapeloosheid. Het onderbewuste is in dit geval vrij naïef en leest de verstoringen op slaap als dreiging en dat voelen we fysiek. Langdurige slapeloosheid ontleent haar bestaansrecht aan het zich herhalende patroon van die spanningen (iedere 24 uur), bekrachtigd door bijkomende emoties. Ons brein weet heel goed vast te houden aan emoties ontstaan door ‘dreiging’. Het weet het een prioriteitsplek in het geheugen te geven.
Dit gebeurt niet bewust, maar op een onbewust, autonoom én biologisch niveau. Dit willen we uiteraard niet want dat voelt niet fijn in ons lijf, angstig zelfs, dus gaan we ons verzetten met emoties zoals frustratie, boosheid, weerstand en machteloosheid. Deze spanningen raken vervolgens gekoppeld aan de nacht. Naar bed gaan wordt dan langzaam maar zeker geassocieerd met alertheid in plaats van ontspanning. Niet alleen het naar bed gaan, ook de nacht, het bed, de slaapkamer… Ja, zo ver kan de onbewust geconditioneerde associatie gaan.
Zodra we dit ervaren willen we dat uiteraard zo snel mogelijk ‘wegkrijgen’ en zo zetten we er onbedoeld een té grote schijnwerper op. Voor het onderbewuste zijn dergelijke acties van focus, signalen van bevestiging van ‘de dreiging’. Het reageert met nóg meer gespannen alertheid vanuit weerstand.
Het onderbewuste wil slechts goedbedoeld oplossingen vinden, het is immers altijd opzoek naar stabiliteit, herstel en veiligheid. Het wil voorkomen dat het “misgaat” met slapen. Maar die goedbedoelde pogingen, vaak in de vorm van een stemmetjes in ons hoofd en fysiek voelbare spanningssensaties, zorgen er juist voor dat we er gespannen mee bezig zijn. En daar zit precies de paradox: slapen is een proces dat vooral ontstaat op basis van moeiteloosheid. Hoe meer we het proberen te controleren, hoe verder het van ons wegdrijft.
Controle en slaap zijn biologisch gezien geen goede partners. Controle en Slaap zijn beiden onderbewuste autonome ‘systemen’. Te midden van dát conflict bevinden we ons. Zodra we ons hiervan bewust worden staat de deur naar herstel iets meer open. Daarbij is het van belang rustig te onderzoeken waar en hoe we de controle vasthouden; in gedrag, bepaalde patronen, emoties en gedachten.
Als we in staat zijn als mens om onbedoeld onbewust bepaalde patronen te laten inslijten, kunnen we ook bewust nieuwe patronen uitnodigen en dié laten inslijten; ons lerend vermogen actief inzetten. We richten ons niet op de slaap zelf bij het herstellen van langdurige slapeloosheid, maar op waarheidsgetrouwe kennis en inzichten, een specifieke leefstijl-toepassingen en vooral het gevoel van kalmte, rust en veiligheid in ons fysieke lijf. Wanneer we ons lichaam bewust en overtuigd signalen van rust, ontspanning en vertrouwen geven, dan gaat het onderbewuste daar langzaam in mee. Door vanuit bewustzijn ander gedrag te kiezen – bijvoorbeeld rustiger omgaan met wakker liggen en anders omgaan met de enorme moeheid-, geven we ons lichaam een nieuwe boodschap: een boodschap van veiligheid. Slaap gedijt heel goed op een bedje van veiligheid.
Het mooie is dat ons natuurlijke slaapvermogen nooit verdwijnt. Het raakt alleen tijdelijk overschaduwd door de onderbewuste drang het snel en flink te fixen, verpakt in spanning gedachten en acties, waarvan we aannamen dat ze zouden ‘werken’. Het goede nieuws is: Met bewustzijn inzicht en begrip en een paar zachte, krachtige veranderingen in de diverse lagen van ons zijn, kunnen we het geschrokken onderbewuste weer rustig laten ontspannen. Hoe krachtig het onderbewustzijn ook is, we kunnen er mee werken, het aan de hand nemen en laten inzien dat alle alarmbellen en tegenstrijdige signalen van tumult en paniek hier écht niet nodig zijn, waarmee slaap zich weer makkelijk laat uitnodigen.