De oorsprong van al het overdenken, zit in ons oer brein. Deze heeft de meerdere slapeloze nachten geïnterpreteerd als dreiging en gevaar. Het oer brein heeft één belangrijke taak en dat is ons veilig houden. Het is gericht op overleven en op instinctief, snel reageren als er gevaar dreigt. Daarmee reageert het hevig op slapeloosheid. Niet alleen ’s nachts, ook op de dag. Dit oer brein laat van zich horen via het welbekende ‘stemmetje’ in ons hoofd, wat in de herhaling gaat: “je moet vannacht wel goed slapen, anders functioneer je morgen niet” of “deze slapeloosheid moet ècht stoppen anders word je ziek”. Allemaal op angst en controle gebaseerde informatie die alles behalve helpend is, maar eerlijk is eerlijk; wél goed bedoeld.
We trappen onbedoeld in de valkuil van dit stemmetje. We zijn geneigd zijn boodschap serieus te nemen, terwijl je je ook kunt afvragen of het waar is wat je wordt ingegeven. Moet je de boodschap per sé als waar aannemen of kun je de boodschapper bevragen op realiteit of zinvolheid? Moet je het geloven en er actie aan koppelen? Ben je dan niet té reactief en rationeel bezig? Is er niet nog iets anders nodig om lijf en geest in die rustige, diepe staat van ontspanning te brengen waarbij slapen weer als vanzelf gaat? Door bewustzijn op die vraag, maak je al een mooie opening naar slaapherstel.
Deze angst-gedreven stemmetjes, spelen zich autonoom af in ons hoofd maar hebben een effect op, dat zul je herkennen, andere gebieden zoals emoties en ook op fysieke sensaties; pijntjes, lijfelijke spanning en onrust. Ons lijf neemt onbewust de boodschap van de door angst en controle-gedreven stemmetjes over. Als we dat eenmaal fysiek voelen gaat de ratelmachine van het stemmetje nog harder roepen: “Dit moet écht stoppen”! Maar is dat effectief? Levert het slaap op?
Het probleem bij slapeloosheid is dat je het wil oplossen. Logisch, want het voelt uiterst ongemakkelijk en frustrerend en méér dan dat! Uiteraard kun je het oplossen maar niet per definitie alleen maar met de grijze massa tussen de oren, niet alleen cognitief. Ja, uiteraard door het juiste begrip over slaap en slapeloosheid te hebben om vervolgens vandaaruit, met gezonde logica, iets constructiefs te doen. Denk aan de juiste, praktische condities en randvoorwaarden in je leefstijl op orde krijgen, waardoor het natuurlijke slaapvermogen niet meer per ongeluk in de weg gezeten wordt.
Maar alleen hiermee kunnen we de lading niet dekken, daarmee zijn we té eenzijdig. We kunnen ons oer brein, met zijn invloed tot diep in het lichaam, niet overtuigen en ‘t zwijgen opleggen, met enkel de gedachte dat alles veilig en oké is, ondanks dat we veel wakker liggen. Op álle lagen kan het natuurlijke slaapvermogen een duwtje in de goede richting gebruiken. Bijvoorbeeld vanuit lichaamswerk, juist omdat slaap en slapeloosheid fysieke processen zijn.
Je kan jezelf niet veilig voelen door jezelf veilig te denken. Het besef dat je veilig bent is, ondanks dat je wakker ligt, goed om flink van doordrongen te zijn maar is onvoldoende om het fysieke systeem zich ook veilig te laten vóelen. Veiligheid is een fysieke gevoelsaangelegenheid. Ik gebruik de ‘fysieke ingang’ dan ook veel. Niet primair om slaap onder controle te krijgen maar om een fundament van rust en kalmte en daarmee veiligheid in het fysieke systeem te herintroduceren. Om het lichaam te leren via lichaamseigen ‘taal’ dat het mag ontspannen, loslaten en tot rust komen... niet alleen ’s nachts.
Middels de fysieke ingang werken we niet vanuit het idee “ik doe deze ademoefening, deze release-of neuro-calming-beweging, deze yin-houding om gegarandeerd direct daarna in slaap te vallen”. Nee, het gaat er om dat je in het moment van de fysieke practise vanuit het lichaam een gevoel van veiligheid en fijn comfort ervaart. Als we ons comfortabel voelen is dat een ‘signaal veilig’ voor het brein èn zenuwstelsel. Bij veiligheid zal slaap uiteindelijk moeiteloos komen. Dat vergt echter wel de kunst van ‘het slapen niet meer als primaire doel zien’. Dat is een volgend hoofdstuk en dat is te leren! Het stemmetje dat ons verleid heeft tot het overdenken zal langzaam meegaan met de sensaties van kalmte en veiligheid en zal, mede hierdoor, wat minder scherp van zich laten horen.